Weblog The Language Lab

  • Steenkolenengels. Een nieuwe taal? (deel 2 van 3)

    19 oktober 2012

    Auteur: Ping Cleton

    Twaalf jaar na de uitgave van de Stijlgids Engels vroeg ik me na het lezen van een artikel in Onze Taal af:  mag de Nederlander straffeloos zijn Steenkolenengels spreken? Kan hij  zijn bescheidenheid laten varen? Mag niemand hem  meer verbeteren? En mocht men dit eerder dan wel?

    Zoals vorige week te lezen was in dit blog, bepleitte de Nederlandse hoogleraar Van Oostendorp al eerder een vrije teugel aan het Steenkolenengels. Maar als er één volkje is dat profijt zou hebben van enige zelfcensuur of correctie van buitenaf lijkt mij dat nu juist mijn eigen volk. Want de Nederlander is niet ingetogen of leergierig, beducht op schoffering en geneigd zichzelf het zwijgen op te leggen om fouten te vermijden. Ik bespeur meer onverschilligheid en zelfoverschatting dan valse schaamte. Ik zie Nederlanders die zich voor de vuist weg Engels pratend op een podium plaatsen. Want daar staan wij graag, of we wat kunnen of niet. Maar als een expert een spreker een taaladvies wilt geven, roept-ie luid: ‘Nou, maar ik doe het zó…’, en laat dit volgen door een stilte waar maar één uitdrukking in past, en wel: lekker, puh’. Kortom, om de status hoeven we het niet te doen. Daar hebben we het ook nooit voor gelaten.

    lees verder

  • Steenkolenengels. Een nieuwe taal? (deel 1 van 3)

    12 oktober 2012

    Auteur: Ping Cleton

    Twaalf jaar geleden kwam bij uitgeverij Kramer de Stijlgids Engels uit, werktitel: Everything you always wanted to know about English but were afraid to ask.

    De Stijlgids was de vrucht van mijn samenwerking met Daniel Carroll, destijds taaldocent Engels aan de VU. We hadden ons als doel gesteld de leergierige Nederlander die het Engels al behoorlijk beheerste met veel voorbeelden en weinig grammatica aan beter Engels te helpen. We categoriseerden zijn valkuilen met onze kromme tenen en de slappe lach als leidraad maar niet zonder empathie: we wisten hoe het voelt om te blunderen in een vreemde taal. Maar we wisten ook dat gêne niet iedere Nederlander gegeven is. En zo verdween onze werktitel als vanzelf.

    Het werd een mooi boek. Om redenen buiten onze macht kwam het nauwelijks onder de aandacht. En dat was jammer. En dat is het nog steeds, want hoewel de wereld sindsdien enig communicatiejargon rijker is, zijn het standaard Nederlands en Engels nauwelijks gewijzigd. En de typische valkuilen dus ook niet. Daarom ben ik ervan overtuigd dat de Stijlgids aan actualiteit niets heeft ingeboet. Soms kriebelt dit en wil ik dat het naslagboek bij meer liefhebbers van effectief Engels een goed thuis vindt…

    lees verder

  • Spellingshervormingen: beter van niet?

    20 september 2012

    Op de website van Onze Taal stelde taalkundige Frank Jansen onlangs de vraag "Moet de overheid de spelling met rust laten?" Een interessante vraag, zeker in tijden waarin politieke partijen tamboereren over 'minder overheid' en 'minder regels'. Hoe is dat in andere landen geregeld?

    Het is helaas onduidelijk wat Jansen precies bedoelt. Moeten de huidige spellingregels nooit meer veranderd worden? Of bedoelt hij dat het fenomeen officiële spelling helemaal afgeschaft zou moeten worden? Het wordt niet duidelijk uit zijn artikel.

    lees verder

  • De nieuwe Schrijfwijzer

    31 juli 2012

    Onlangs verscheen een nieuwe editie van de Schrijfwijzer, de vijfde alweer. Het boek is een begrip onder tekstschrijvers en redacteuren. Het is, zoals de oorspronkelijke  ondertitel aangeeft, een handboek voor duidelijk taalgebruik. Het bevat talloze aanwijzingen over onder meer tekstopbouw, zinsbouw, woordgebruik, leestekens en spellingskwesties.

    Ik heb hier nog de eerste editie in de kast staan, uit 1979. Het is een tweedehands exemplaar, met achterin de met potlood geschreven prijzen 37,50, 22,50 en 12,50. Een winkeldochter dus; het was dan ook al lang geen 1979 meer toen ik het kocht. We betaalden nog wel met guldens. De nieuwste editie kost toevallig ook 37,50 - euro.

    lees verder

  • Over zwaluwen en kanaries

    28 maart 2012

    Auteur:  Koen Gubbels

    Met de uitdrukking 'canary in a coalmine' wordt gerefereerd aan het waarschuwen voor naderend onheil. In vroeger tijden werden kanaries in kooitjes in kolenmijnen gehangen. De beestjes waren extreem gevoelig voor verhoogde concentraties mijngas zoals methaan of koolstofmonoxide. Stopten de kanaries met zingen dan wisten mijnwerkers dat ze gevaar liepen op vergiftiging. Tegenwoordig wordt de uitdrukking overdrachtelijk gebruikt, met name in het economisch jargon.

    De vertaalbranche heeft in mijn ogen altijd vooruit gelopen op de conjunctuur. Schiet de economie in het slop dan merken vertaalbureaus dat direct. Er worden minder contracten vertaald, minder webteksten geschreven minder handleidingen geproduceerd want minder producten geïntroduceerd. De kanarie stopt met zingen. Omgekeerd: als de economie aantrekt dan merk je dat als vertaalbureau als eerste.  Het afgelopen kwartaal was bij ons beduidend beter dan datzelfde kwartaal in 2011. Nou maakt één zwaluw nog geen zomer en ik hou massief hout bij de hand om af te kloppen, maar ik vind het een hoopgevend teken. In 2012 zou het einde der tijden immers zijn volgens de heren voorspellers en doemdenkers. Noem het wishful thinking maar het kan best dat ons vertaalbureau een omgekeerde kanarie is.

    Koen Gubbels

    lees verder

  • [1 - 5] [6 - 10] [11 - 15] 16 - 20 [21 - 25] [26 - 30] [31 - 32] volgende >>>