Weblog The Language Lab

Op de website van Onze Taal stelde taalkundige Frank Jansen onlangs de vraag "Moet de overheid de spelling met rust laten?" Een interessante vraag, zeker in tijden waarin politieke partijen tamboereren over 'minder overheid' en 'minder regels'. Hoe is dat in andere landen geregeld?

Het is helaas onduidelijk wat Jansen precies bedoelt. Moeten de huidige spellingregels nooit meer veranderd worden? Of bedoelt hij dat het fenomeen officiële spelling helemaal afgeschaft zou moeten worden? Het wordt niet duidelijk uit zijn artikel.

Lees verder: Spellingshervormingen: beter van niet?

Onlangs verscheen een nieuwe editie van de Schrijfwijzer, de vijfde alweer. Het boek is een begrip onder tekstschrijvers en redacteuren. Het is, zoals de oorspronkelijke  ondertitel aangeeft, een handboek voor duidelijk taalgebruik. Het bevat talloze aanwijzingen over onder meer tekstopbouw, zinsbouw, woordgebruik, leestekens en spellingskwesties.

Ik heb hier nog de eerste editie in de kast staan, uit 1979. Het is een tweedehands exemplaar, met achterin de met potlood geschreven prijzen 37,50, 22,50 en 12,50. Een winkeldochter dus; het was dan ook al lang geen 1979 meer toen ik het kocht. We betaalden nog wel met guldens. De nieuwste editie kost toevallig ook 37,50 - euro.

Lees verder: De nieuwe Schrijfwijzer

Met de uitdrukking 'canary in a coalmine' wordt gerefereerd aan het waarschuwen voor naderend onheil. In vroeger tijden werden kanaries in kooitjes in kolenmijnen gehangen. De beestjes waren extreem gevoelig voor verhoogde concentraties mijngas zoals methaan of koolstofmonoxide. Stopten de kanaries met zingen dan wisten mijnwerkers dat ze gevaar liepen op vergiftiging. Tegenwoordig wordt de uitdrukking overdrachtelijk gebruikt, met name in het economisch jargon.

Lees verder: Over zwaluwen en kanaries

Als vertaalbureau voelen we ons medebewakers van de vaderlandse spelling. Onze klanten verwachten kraakhelder, onberispelijk Nederlands van ons. En terecht. Toch valt foutloos spellen in het Nederlands niet mee. Ook als het kofschip geen geheimen voor je heeft en je de d's, t's en dt's haarscherp op het netvlies hebt staan, blijven er nog genoeg voetangels over. Een van de lastigste is ongetwijfeld de spellingsgruwel van verbindingsstreepjes en  trema's. Wanneer zet je een streepje, wanneer (en waar) een trema, wanneer schrijf je woorden aaneen. Ik durf hier te stellen dat geen Nederlander - of het moet een Vlaming zijn - deze vaardigheid volledig beheerst.

Lees verder: Engelse leenwoorden en spelling

Ooit, lang geleden, moeten vertaalbureaus plekken geweest zijn waar talloze vertalers aan lange rijen bureaus vlijtig hun vertalingen uitbroedden. Ik gebruik bewust het woord 'uitbroedden' omdat ik voor mijn geestesoog rijen dames achter typemachines zie verschijnen. Zo ongeveer als op de volgende foto (let op het parmantige heertje dat de lakens uitdeelt):

Lees verder: Vertaalbureau of makelaar in vertalingen?

Hoewel ik al zestien jaar een vertaalbureau run, heb ik helemaal geen taal- of vertaalachtergrond. Ik heb me daar nooit bezwaard over gevoeld. In de praktijk heb ik geleerd dat een vakinhoudelijke achtergrond - in mijn geval Bedrijfskunde - je vaak een voorsprong geeft op vertalers met een (ver)taalbul op zak. Sterker, het is vaak het gemis aan vakinhoudelijke kennis dat veel vertalers opbreekt. Daarnaast zijn studenten van vertaalopleidingen doorgaans geïnfecteerd met een schoolse benadering die het letterlijk omzetten van een brontekst prefereert boven het smeden van een soepel lopende tekst. Velen van hen zijn jaren verder voordat ze het lef hebben om zich een tekst 'eigen' te maken. Juristen, economen, bedrijfskundigen en andere doctorandussen die zich tot het vertaalvak bekeren, zijn minder besmet met deze schoolsheid. Althans, dat is mijn gevoel.

Lees verder: Als het Latijn verdwijnt...

Ik heb er in deze blog en andere plaatsen meermalen op gewezen dat Engels er soms verdraaid Nederlands uitziet.  Als vertaalbureau lopen we daar dagelijks tegenaan. Aangezien het Nederlands en het Engels - als Germaanse talen - neefjes  van elkaar zijn, is het onvermijdelijk dat er gelijkenissen in zinsbouw optreden bij vertalingen. Hij is in zijn element kun je zonder probleem vertalen met he is in his element. Iedere Engelsman herkent dat als een authentieke Engelse uitdrukking. Maar een Nederlander gaat twijfelen: dit klinkt wel erg letterlijk. Lees mijn recensie van het I always get my sin-boekje voor meer voorbeelden. Soms is het lastig om klanten ervan te overtuigen dat een letterlijke vertaling vaak de beste optie is.

Lees verder: Gelijk is ongelijk - dilemma voor een vertaalbureau

Righting English that’s gone Dutch behandelt typische taal- en stijlfouten van Nederlandse moedertaalsprekers in het Engels, met name van het soort dat optreedt als woorden of structuren klakkeloos worden omgezet. Denkt u in dit verband eens aan Latijnse woorden of vervoegingen: musea is gangbaar Nederlands, maar geen gangbaar Engels.  Of aan het gebruik van paragrafen en subparagrafen, waarvoor het Engels andere conventies hanteert.

Lees verder: Over mest en het Engels van Nederlanders

Vertalen heeft af en toe iets weg van schoenen verkopen. Of van tapijthandel. Net als in die branches heeft immers in de vertaalbranche het fenomeen prijsstunter zijn intrede gedaan. De prijsstunts worden weliswaar niet in strekkende meter uitgedrukt maar in centen per woord, het principe is hetzelfde. En aangezien veel mensen vertalingen als een noodzakelijk kwaad zien ('het mot gewoon vertaald worden') doen die prijsstunters vermoedelijk nog leuke zaken ook. Twee woorden voor de prijs van één. Die verhouding klopt vrij aardig. De gerenommeerde vertaalbureaus, waar wij ons natuurlijk graag bij rekenen, rekenen om en nabij de 20 cent per woord voor een vertaling. De prijsstunters gaan akelig dicht naar die 10 cent toe. Er zijn er zelfs die eronder zitten.

Kan dat zomaar?

Lees verder: Het goedkope vertaalbureau: 2 voor de prijs van 1

Vermoedelijk het meest verkochte taalboek van de laatste jaren is het boekje I always get my sin van ex-Heinekenman Maarten H. Rijkens. Er schijnen meer dan 300.000 exemplaren van verkocht te zijn. Chapeau. Het boekje - hoe zal ik het diplomatiek formuleren - blinkt echter niet uit door zijn fijnzinnigheid of geestrijke vondsten. Het is een nogal flauwe verzameling steenkolenengels die aan de praktijk is ontleend. In zijn lange carrière heeft de heer Rijkens naar eigen zeggen voortdurend paraat gestaan met pen en bloknoot om de leukste verbasteringen te verzamelen. Het zou dan vooral gaan om het Engels van Nederlandse hoogwaardigheidsbekleders.

Enkele ‘geestige' observaties:

Lees verder: Het 'I always get my sin'-syndroom

[1 - 5] ... [36 - 40] [41 - 45] [46 - 50] 51 - 55 [56 - 60] [61 - 65] [66 - 70] ... [ 115 ] volgende >>>