> Weblog > 19 december 2012

De kazerne

Ons kantoor is sinds jaar en dag gevestigd in een oude kazerne in Amsterdam. De Oranje-Nassaukazerne werd gebouwd in een tijd dat Nederland een tweetalig bestuur had: Frans en Nederlands. Voor vertalers moeten het gouden tijden zijn geweest! Plus: ligt er een schat in de fundering?

Ansichtkaart uit 1908

Even een beetje geschiedenis: in 1795 grepen patriotten met hulp van een Frans leger de macht en stichtten de Bataafse Republiek. Nederland werd daarmee een vazalstaat van de Franse republiek. In 1806 wilde keizer Napoleon zijn greep op de Lage Landen verstevigen, en benoemde hij zijn broer Lodewijk tot koning. Vier jaar later vond Napoleon dat Lodewijk te veel naar de Hollanders luisterde: Lodewijk trad af en in juli 1810 werd Nederland geheel geannexeerd bij het keizerrijk. In 1813 werden de Franse legers uit Nederland verdreven.

Tijdens de laatste fase van de Franse tijd, van 1810 tot 1813, was het bestuur van het land tweetalig: Frans en Nederlands. Dat blijkt ook uit de krantjes waarin officiële mededelingen werden gedaan, en waarvan enkele nu te raadplegen zijn via het online krantenarchief van de Koninklijke Bibliotheek. Onder koning Lodewijk was er bijvoorbeeld de Nederlandstalige Koninklijke courant. Die werd in juli 1810 vervangen door een tweetalig blad, de Courrier d'Amsterdam = Courier van Amsterdam.

Bij het bladeren door die Courier van Amsterdam stuitten we op een bericht over de bouw van onze kazerne. Napoleon wilde ook militair de greep op het land versterken, en zeker op de Amsterdamse handel, en liet daarom hier een nieuwe kazerne voor zijn infanterie bouwen. De kazerne werd 'vrijwillig' betaald door de Amsterdammers: de burgers konden kiezen tussen betalen of soldaten in huis nemen.

Enfin, op “Zaturdag, den 17 van Slagtmaand 1810” (17 november) schrijft de Courier van Amsterdam over de inwijding het Kwartier St.-Charles, zoals de kazerne aanvankelijk heette. Het is geen verslag, maar een weergave van het programma van het leggen van de eerste steen. Die eervolle taak was toebedacht aan veldmaarschalk Charles Oudinot, de opperbevelhebber van het Franse 'observatieleger' in Nederland.

Het programma vermeldt dat in de eerste, holle steen een loden kistje werd gelegd. Daarin kwamen het proces-verbaal van de gebeurtenis, een metalen plaat met inscriptie, en “verschillende gouden en zilveren muntspetien, met de beeltenis van Z.M. den Keizer en Koning, en met het tegenwoordig jaartal voorzien”.

Het vergulde wapen van Willem I boven de centrale doorgang

Het bouwen van de kazerne duurde langer dan de tijd dat Nederland geannexeerd was. Ook toen al verliepen grote bouwprojecten in Amsterdam niet geheel volgens planning (dat kwam trouwens deels omdat de Fransen telkens met extra wensen kwamen). En een groot bouwproject was het: met 888 Rijnlandse voeten (278 meter) was de gevel vermoedelijk de langste van Europa. Pas in 1814 was het gebouw gereed. Het werd prompt Oranje-Nassaukazerne  genoemd, naar de familie van de nieuwe, Hollandse koning Willem I.

Er waren al snel problemen met tocht en vocht in het gebouw. In 1830 werd het zelfs afgekeurd als huisvesting. Het heeft daarna een tijdje gediend als stal van Artis, maar al snel kreeg het allerlei andere militaire functies. Talloze achttienjarigen (waaronder yours truly) bezochten er de “Indelingsraad” om de keuring voor de dienstplicht te ondergaan.

Eind jaren 1980 vertrok de krijgsmacht en werd de kazerne, inmiddels rijksmonument, verbouwd tot woningen en kantoren.  De fundering werd versterkt met extra palen en een betonnen draagvloer. Onder leiding van de gerenommeerde restauratie-architect Joop van Stigt ontstond een gewilde locatie die wonen en werken in de buurt een flinke impuls gaf.

Helaas weten we niet waar de eerste steen precies werd gelegd. En of het kistje er nog in ligt – misschien heeft een van de aardappelschillers het een keer uitgegraven.

 

Freek Roset

reacties

Plaats een reactie

Beantwoord s.v.p. onderstaande vraag om te bewijzen dat u geen spamrobot bent.