Taaltip Engels: naamvallen
22 april 2026
Tijd voor de wekelijkse taaltip uit onze Schrijfhulp Engels. Vandaag: naamvallen. Leuker en belangrijker dan je misschien denkt!

➡️ Naamvallen, die gebruiken we in het Nederlands gelukkig niet.
➡️ Het Engels is veel makkelijker dan het Duits: het heeft tenminste geen naamvallen.
Nederlanders denken bij naamvallen aan Duitse voorzetselrijtjes en verbuigingen van lidwoorden en zelfstandige naamwoorden. Inderdaad is het Nederlands die verbuigingen grotendeels kwijt. We zeggen nog ‘’s morgens’ en ‘vader des vaderlands’ maar deze verbuigingen zijn eerder uitzondering dan regel. Hetzelfde geldt voor het Engels.
Maar let op. Net als in het Engels zeggen we: ‘Ik geef haar meer verantwoordelijkheid’; ‘Hé, dat is mijn koffie’; ‘That decision isn’t yours to make’; ‘I’d love to see his face when he hears the news’, etc. Met andere woorden: het Engels en het Nederlands verbuigen de persoonlijke voornaamwoorden. In beide talen zijn naamvallen dus schering en inslag.
Naamvallen zijn nuttig voor de spreker en de luisteraar. Ze vertellen de taalgebruiker wat de status van een woord in een zin is. Kijk eens naar de uitspraak: ‘Jou krijg ik nog wel.’ Jou staat op de plaats waar we de handelende persoon verwachten, namelijk op de plaats van Ik in: ‘Ik krijg jou nog wel’. Doordat de spreker z’n uitspraak met jou en niet met jij begint, weet de luisteraar onmiddellijk dat hijzelf niet de handelende persoon van de uitspraak is. En voor de spreker heeft ‘Jou krijg ik nog wel’ een toegevoegde dreigende waarde boven het slappere ‘Ik krijg jou/je nog wel’, door de prominente positie van jou.
Als de positie van een woord in een zin de enige informatiedrager is voor de status van het woord, beperkt dat de vrijheid van de taalgebruiker. Als het woord of het woorddeel zelf ook een en ander laat zien, kan de taalgebruiker veel vrijer met de woordvolgorde omspringen. En meer vrijheid is leuk.
Het mag duidelijk zijn dat het Engels en het Nederlands allebei naamvallen gebruiken en dat dit in beide talen het sterkst naar voren komt in de woorden die naar mensen verwijzen. Meestal zullen ook de naamvallen zelf vergelijkbaar zijn, maar niet altijd. Bijvoorbeeld: To whom wordt nog wel gebruikt maar Aan wien niet meer. En That’s mine (derde naamval) is net zo standaard als Dat is van mij (tweede naamval).
In vogelvlucht:
De eerste naamval (nominative) zie je in: I like to read.
De tweede naamval (genitive) zie je in: It is my (Sarah’s) turn now.
De derde naamval (dative) zie je in: That red house is ours.
De vierde naamval (accusative) zie je in: She helped him on his way.
Kijk voor nog veel meer taaltips Engels in onze Schrijfhulp Engels. Wij helpen je graag met redactie en correctie van je Engelse teksten!