Nieuwsbrief juni 2010
Het apenstaartje – terug van nooit weggeweest
Hoelang duurde het voordat u trefzeker een apenstaart @) kon tekenen? Hebt u de aap direct bij de staart gevat of bent u van binnen naar buiten gegaan? En lukt de apenstaart bij u nu altijd?
Tenzij u gezegend bent met een gouden tekenpen of een gietijzeren geheugen verliep het u wellicht zoals ons: het duurde even voor de slingeraap vloeiend uit de mouw rolde én prominent op alle schermpjes prijkte, want soms hield hij zich goed schuil tussen toetsenbordjes op telefoons en elektronische agenda’s. Tegenwoordig is het apenstaartje een veelgebruikt symbool dat onder ludieke benamingen schuilgaat.
Het apenstaartje is niet nieuw, zoveel mag duidelijk zijn. Het wordt al in economische documenten daterend uit het 16e eeuwse Italië aangetroffen. In die tijd reist de slingeraap o.a. onder de naam amfora: Grieks voor kruik. Daarnaast, in betekenis ongerelateerd, wordt de apenstaart als een soort steno voor anno (in het jaar van) aangetroffen, een notitie die wellicht tien eeuwen ouder is, en een samenvoeging van A en D…
Als symbool wordt het apenstaartje eeuwenlang ingezet om maten en eenheden mee aan te duiden, zoals wij Nederlanders dit steeds met het Franse à doen, of het Latijnse ad. In die betekenis zien we de apenstaart de laatste decennia vaak in het Engels opduiken, bijvoorbeeld in: ‘5 lbs (Imperial pounds) of potatoes @ 50 pence per lb’, ofwel: ‘vijf Imperial pounds aardappelen à 50 pence per pound (1 Imperial pound = circa 0,45 kg)’. Overigens wordt in schrift hiervoor ook het getalsteken # gebruikt.
Het verhaal wil dat wij het hedendaagse gebruik van het apenstaartje (in Nederlands ook slinger-a, ad, amfoor of adres genoemd) aan programmeur Ray Tomlinson te danken hebben. Hij zoekt in 1971 een symbool om e-mailadressen aan te maken. Aangezien het teken niet in namen voorkomt, lijkt de apenstaart bij uitstek geschikt om gebruikersnamen van domeinnamen te onderscheiden. Wij zijn Tomlinson dankbaar voor zijn keuze. Het aapje geeft sjeu aan taal- en tekengebruik. We betreuren het dan ook dat Nederlanders nu en masse overstappen op het Engelse ‘at’. Efficiënt, ja, maar leuk is anders...
Kijken we over de grens naar benamingen voor de slingeraap, dan zien we legio voorbeelden van dieren, staarten en gerechten. De Duitsers zijn solidair met de aap: Affenschwanz (apenstaart), Klammeraffe (slingeraap) en Affenohr (apenoor). Het Noors doet nuffig neutraal met alfakrøll en krøllalfa. Het Italiaans is beeldend met chiocciola (slakkenhuis). Het Frans kent l’arobase en het Spaans en Portugees arroba: een eenheidsmaat waarvan de naam teruggaat op het Arabisch. De Russen zien een hond: sobaka (собака) en de Chinezen een kleine muis. In het Jiddisch gebruikt men een woord voor appelgebak, terwijl de krul de Zweden blijkbaar aan een kanelbulle doet denken, qua vorm vergelijkbaar met de Zeeuwse bolus, waarvan de eerste associatie toch altijd die van een kunstig gedraaide drol is.
Tegenwoordig wordt het slingeraapje zo vergaand met e-mail geassocieerd dat het voor sommige gebruikers een synoniem symbool geworden is: er zijn sites waar u op een slingeraapje moet klikken als u mailcontact wenst. Ander nieuw gebruik is de apenstaart op de plek van de letter A zetten, als typografisch grapje: H@ns, bijvoorbeeld, of interessanter, op de plek van onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk, waardoor het zelfstandig naamwoord neutraliseert en de hele groep met één woord is omvat: amig@s. Leuk voor de vorm, natuurlijk, maar omdat er geen klank is waarmee het correspondeert zal de taal zich van deze actie waarschijnlijk niet veel aantrekken. Alhoewel… stranger things have happened.

