Home > Nieuwsbrief

Nieuwsbrief maart 2009

Hoe Nederlands is het Engels?

vlag VKHet Engels bevat meer woorden van Nederlandse origine dan u wellicht zou denken. Een paar heel bekende zijn natuurlijk apartheid en starboard (stuurboord). En als u wel eens koelkast in Amerika hebt opengetrokken, dan is de kans groot dat daar een bakje coleslaw in staat, van het Nederlandse koolsla. Amerikanen zijn daar gekker op dan wij, bij ons kom je de lekkernij zelden tegen. Het Engels en Nederlands zijn beide Germaanse talen en sterk verwant. Het Engels bevat talloze woorden die rechtstreeks uit het Nederlands of Middelnederlands afkomstig zijn.

Een paar voorbeelden:

Engels Nederlands
Aardvark Aardvarken
Bluff Bluffen
Boss Baas
Boorish (lomp, onbehouwen) Boers
Brandy Brandewijn
Bundle Bundel
Buoy Boei
Coleslaw Koolsla
Cookie (Am. Eng) (Br. Eng: biscuit) Koekje
Decoy (lokvogel, lokaas) Eendekooi , de kooi
Deck Dek
Dike Dijk
Easel (vnml. schildersezel) Ezel
Etch Etsen
Freight Vracht
Furlough Verlof
Gin Jenever
Halibut Heilbot
Iceberg IJsberg
Keelhaul Kielhalen
Knapsack Knapzak
Landscape Landschap
Pit (Am.Eng: pit van een vrucht) Pit
Pump Pomp
Roster Rooster
Santa Claus Sinterklaas
Skate Schaats
Sketch Schets
Skipper Schipper
Sleigh Slee
Sloop Sloep
Smuggle Smokkelen
Snoop ([stiekem] rondsnuffelen) Snoepen (heimelijk eten)
Splinter Splinter
Split Splijten
Spook Spook
Stool (kruk) Stoel
Stoop (Am.Eng) Stoep
Stove Stoof
Trigger Trekker
Waffle Wafel
Wagon Wagen
Yacht Jacht
Yankee Jan-Kees of Janke
vertaalbureau