Bestaat er zoiets als een moeilijke taal?
Nee, natuurlijk niet. Vergelijk het met sport. Een beetje badminton speel je zo, dat maakt het ook een leuke sport voor beginners. Met een beetje leren tennissen ben je langer bezig. Maar echt goed worden alleen de toegewijden en de getalenteerden.
Maar is het dan niet waar dat de grammatica van sommige talen ingewikkelder is dan van andere? Het is belangrijk te realiseren dat de complexiteit van een taal verder strekt dan zijn grammatica, en dat grammatica meer behelst dan de verbuigingen en vervoegingen van naamwoorden en werkwoorden waarmee grammaticaboekjes gewoonlijk openen. Ja, de pagina's in een Servische grammatica zijn talrijker dan in het Engels. Maar je kunt er gevoeglijk van uitgaan dat wat niet moeilijk is in het begin, verderop wel lastig wordt.
Wat de meeste mensen bedoelen als ze zeggen dat Spaans makkelijk is, is dus precies dit - de basisgrammatica is eenvoudig en de schrijfwijze fonetisch. Dat maakt het gemakkelijk om snel tot een lekker babbelniveau te komen. Dat de student Spaans net zo hard zal moeten werken om tot volwaardig inzicht in en genot van Cervantes te komen als de Engelstalige student van dat van Shakespeare, behoeft geen betoog.
Tot slot wordt de moeilijkheid waarmee je een nieuwe taal verwerft vooral ingegeven door hoezeer deze taal verwant is aan de taal of de talen die je al spreekt. Want problemen bij het verwerven van een taal die je niet op de peuterspeelzaal leert, maar later, zijn niet meer of minder dan interferentieproblemen. Het is in die zin een stuk indrukwekkender wanneer iemand het Fins beheerst naast het Chinees, Servisch en Yoruba, dan dat iemand Frans, Spaans, Portugees en Italiaans spreekt.




