Over mest en het Engels van Nederlanders
Righting English that’s gone Dutch behandelt typische taal- en stijlfouten van Nederlandse moedertaalsprekers in het Engels, met name van het soort dat optreedt als woorden of structuren klakkeloos worden omgezet. Denkt u in dit verband eens aan Latijnse woorden of vervoegingen: musea is gangbaar Nederlands, maar geen gangbaar Engels. Of aan het gebruik van paragrafen en subparagrafen, waarvoor het Engels andere conventies hanteert.
Als een spreker of schrijver een dergelijke taalzonde begaat, wordt dit interferentie genoemd. Interferentiefouten van het Nederlands in het Engels worden al zo lang en breed onderzocht dat er een naam voor verzonnen is. Dit pseudo-Engels wordt Dunglish genoemd – een horkerige, onwelriekende samentrekking van English en Dutch met een knipoog naar dung (mest). De Nederlandse term, Nederengels, ligt gemakkelijker in de mond en is intuïtiever, vinden wij, maar hierbij moet aangetekend dat Nederengels ook gebruikt wordt om overbodig Engels in het Nederlands aan te duiden. Dunglish is in wezen het steenkolenengels van de gevorderde taalgebruiker.

