Weblog van Vertaalbureau The Language Lab

15 October 2010

Engelse leenwoorden en spelling

Als vertaalbureau voelen we ons medebewakers van de vaderlandse spelling. Onze klanten verwachten kraakhelder, onberispelijk Nederlands van ons. En terecht. Toch valt foutloos spellen in het Nederlands niet mee. Ook als het kofschip geen geheimen voor je heeft en je de d’s, t’s en dt’s haarscherp op het netvlies hebt staan, blijven er nog genoeg voetangels over. Een van de lastigste is ongetwijfeld de spellingsgruwel van verbindingsstreepjes en  trema’s. Wanneer zet je een streepje, wanneer (en waar) een trema, wanneer schrijf je woorden aaneen. Ik durf hier te stellen dat geen Nederlander – of het moet een Vlaming zijn – deze vaardigheid volledig beheerst.

Mijn zoon van 14, een nauwgezet gymnasiastje, klopte van de week bij me aan met een vraag over de vervoeging van Engelse leenwerkwoorden. “Hoe vervoeg je basketballen, paps? Of e-mailen? Of attachen?”

Basketballen, wist ik, dat valt nog mee. De regel is dat je dit soort woorden behandelt als gewone Nederlandse werkwoorden. Dus ik basketbal, jij basketbalt, hij basketbalt, wij basketballen, jullie basketballen, zij basketballen, ik basketbalde, ik heb gebasketbald, etc. Maar attachen, dat wordt al lastiger. Ik attach, jij attacht, hij attacht … ik attachte, ik heb geattacht. Als je wat langer naar zo’n woordbeeld kijkt, lees je op een gegeven moment alleen nog maar de fonetische weergave ‘attag’. Ik attag, jij attagt… Het zou een slogan kunnen zijn voor een Nederlandse witgoedfabrikant.

Volgens de website van Onze Taal kan het resultaat van zulke leenwoordvervoegingen lelijk uitpakken. Kijk maar naar het voltooid deelwoord van e-mailen: ik heb ge-e-maild. Meerdere streepjes na elkaar verdient inderdaad geen schoonheidsprijs. Het advies van Onze Taal luidt dan ook als volgt: ”Het voltooid deelwoord ge-e-maild ziet er niet zo fraai uit. U kunt het het best vermijden. Schrijf liever: ‘Ik heb de berichten via e-mail verstuurd’ of kortweg ‘Ik heb de berichten gemaild.”

Klinkt me toch wat raar in de oren, zo’n advies. Je past de regels van je taal goed toe maar wordt vervolgens geadviseerd om het toepassen van die regels te vermijden. Nederlanders zijn al geen meesters in bondig formuleren, maar dit zijn toch hele monden vol. Trek het principe dan helemaal door: Ik heb de berichten via het elektronisch postsysteem verzonden dat gebaseerd is op het internetprotocol. Op die manier heb je die Engelse leenwoorden helemaal niet nodig. En vermijd je lelijke streepjes. Hmm.

Overigens schrijf je het voltooid deelwoord van emailleren (het bekleden van voorwerpen met een glazuurachtige stof) als volgt: ik heb geëmailleerd. Hier kunnen we dus uit de voeten met een ouderwetse trema. Voelt wel zo vertrouwd.

Op Onze Taal staat een gigantische lijst met vervoegingen van Engelse leenwoorden.

Voor als u een onbedwingbare aandrang voelt tot audiofucken, bargainhuntencollectcallen, highteaën, facebooken, retweeten, wieën of juist ontgooglen en daarbij spellingtechnisch niet voor een gat gevangen wilt worden. Enjoy.

Filed under: Algemeen — koen @ 2:24 pm

30 June 2010

Vertaalbureau of makelaar in vertalingen?

Ooit, lang geleden, moeten vertaalbureaus plekken geweest zijn waar talloze vertalers aan lange rijen bureaus vlijtig hun vertalingen uitbroedden. Ik gebruik bewust het woord ‘uitbroedden’ omdat ik voor mijn geestesoog rijen dames achter typemachines zie verschijnen. Zo ongeveer als op de volgende foto (let op het parmantige heertje dat de lakens uitdeelt): 

Vertaalbureau in vroeger tijden

Vertaalbureau in vroeger tijden

 Tegenwoordig is er een heel nieuw type vertaalbureau opgekomen. Ik noem dit weleens ‘de handelsfirma’. Handelsfirma’s zijn bedrijven die handelen in vertalingen. Het aloude spel van laag inkopen en hoog verkopen. Dergelijke vertaalbureaus hebben doorgaans amper nog een band met hun product, ze zouden net zo goed plasmatelevisies kunnen verkopen, to put it bluntly.

Kun je zo’n bedrijf eigenlijk nog wel een vertaalbureau noemen? Vertaalcommissionair of vertaalmakelaar zou de lading misschien beter dekken. Geregeld bereiken mij geluiden uit de markt dat respectabele, gevestigde vertaalbureaus er steeds meer naar neigen om hun vertaalafdeling de deur uit te doen. Van een aantal grotere bureaus weet ik dat ze zelfs nooit een vertaler in dienst hebben gehad.

Hun argumenten voor zijn vooral van economische aard: een flinke vertaalbezetting betekent een flinke overhead. En als er nou iets is waar bedrijven een hekel aan hebben is het overhead. Zeker als je die vrij gemakkelijk kunt vermijden door louter te werken met freelancers. Leve het zzp-tijdperk!

Uiteraard zet ons vertaalbureau, The Language Lab, ook freelancers in, zeker als het gaat om talen of specialisaties die minder vaak voorkomen. In dat soort situaties danken wij onze geweldige freelancers op onze blote knieën. Maar om ons nou 100% afhankelijk te maken van het zzp-model…

Ik denk dat er iets verloren gaat met een dergelijke strategie, sterker nog, ik ben ervan overtuigd dat er iets verloren gaat. Binnen The Language Lab werken wij al jaren met een afdeling vaste vertalers. Op dit moment telt die zes mensen, doorgewinterde vertalers Nederlands en Engels die hun sporen in het vertaalvak verdiend hebben. Zij vormen het vertaalkundige geweten van ons vertaalbureau. Zij houden onze regelaars en verkopers scherp door op de productkwaliteit te hameren, zeker als het om onze belangrijkste talen gaat: Nederlands en Engels.

Zonder hen zou ik inderdaad geneigd zijn onze naam op Multatuliaanse wijze te veranderen in The Language Lab, makelaars in vertalingen.

Filed under: Algemeen — koen @ 4:31 pm
Trefwoorden: vertaalbureau

22 May 2010

Als het Latijn verdwijnt…

Hoewel ik al zestien jaar een vertaalbureau run, heb ik helemaal geen taal- of vertaalachtergrond. Ik heb me daar nooit bezwaard over gevoeld. In de praktijk heb ik geleerd dat een vakinhoudelijke achtergrond – in mijn geval Bedrijfskunde - je vaak een voorsprong geeft op vertalers met een (ver)taalbul op zak. Sterker, het is vaak het gemis aan vakinhoudelijke kennis dat veel vertalers opbreekt. Daarnaast zijn studenten van vertaalopleidingen doorgaans geïnfecteerd met een schoolse benadering die het letterlijk omzetten van een brontekst prefereert boven het smeden van een soepel lopende tekst. Velen van hen zijn jaren verder voordat ze het lef hebben om zich een tekst ‘eigen’ te maken. Juristen, economen, bedrijfskundigen en andere doctorandussen die zich tot het vertaalvak bekeren, zijn minder besmet met deze schoolsheid. Althans, dat is mijn gevoel.

Verder durf ik vraagtekens te zetten bij wat vertaalstudenten nou eigenlijk aan vertaalkilometers maken op hun opleiding. Ik heb dat wel eens zitten uitrekenen.  Vervolgens ben ik nagegaan hoeveel uur ikzelf heb zitten zwoegen op Latijnse vertalingen op mijn middelbare school. Zes jaar lang vijf lesuren Latijn per week plus een uur of drie huiswerk. Uitgaand van een schooljaar van zo’n 40 weken kom je dan op 1920 uur vertalen.

Okay, het was niet puur vertalen dat je deed, er moesten ook woordjes geleerd worden, naamvallen, werkwoordstijden, etc. maar een groot deel van de tijd ging toch op aan het oplossen van lastige taalpuzzels. Schrijf- en spreekvaardigheid was er niet bij, alles ging één kant op, van het Latijn naar het Nederlands. Over het Grieks heb ik het dan nog niet eens. Mijn slotsom was dat gymnasiasten aan het eind van hun opleiding minstens zoveel, zo niet meer, hebben zitten vertalen als vertaalstudenten. Mijn algemene indruk ook is dat de gymnasiasten onder de academici een bovengemiddelde taalbeheersing hebben. Dat kan ook haast niet anders, ze hebben immers twee keer zoveel tijd aan taal besteed op school als elke andere scholier. Oefening baart kunst.

Ik ben dan ook best bezorgd als ik zie hoe er met het traditionele gymnasium gesold wordt. Door een toestroom van minder begaafde scholieren wier ouders een ouderwets-degelijke school voor hun kind zoeken staat het gymnasiale niveau onder druk. Men valt op de structuur en ‘witheid’ van het kleinschalige gymnasium en neemt daarbij de klassieke talen op de koop toe. Mijn kinderen die inmiddels in Gymnasium 2 zitten, hebben nog maar twee of drie uur Latijn per week. Het is onmogelijk dat je met die beperkte  bagage op je eindexamen zelfstandig Livius kunt vertalen. Daarvoor moet je kilometers maken. Vertaalkilometers.

Nou gaat het mij helemaal niet om Livius en zelfs niet om het Latijn – het mag ook best Chinees zijn – maar ik vind het doodzonde dat zo’n taalgeörienteerd, oerdegelijk schooltype als het gymnasium steeds meer water bij de wijn doet. En daarmee hetzelfde pad opgaat als alle Nederlandse scholen en universiteiten vroeger of later opgaan: het steeds verder verlagen van de normen uit angst schoolgelden te missen en uiteindelijk af te zakken tot opgeleukte cursussen algemene ontwikkeling.

Als eigenaar van een vertaalbureau voorzie ik dat we in de toekomst wel eens een tekort kunnen gaan krijgen aan goede vertalers als de taalkundig onderlegde gymnasiast uitsterft.

Filed under: Algemeen — koen @ 5:38 pm

19 November 2009

Gelijk is ongelijk – dilemma voor een vertaalbureau

Ik heb er in deze blog en andere plaatsen meermalen op gewezen dat Engels er soms verdraaid Nederlands uitziet.  Als vertaalbureau lopen we daar dagelijks tegenaan. Aangezien het Nederlands en het Engels – als Germaanse talen – neefjes  van elkaar zijn, is het onvermijdelijk dat er gelijkenissen in zinsbouw optreden bij vertalingen. Hij is in zijn element kun je zonder probleem vertalen met he is in his element. Iedere Engelsman herkent dat als een authentieke Engelse uitdrukking. Maar een Nederlander gaat twijfelen: dit klinkt wel erg letterlijk. Lees mijn recensie van het I always get my sin-boekje voor meer voorbeelden. Soms is het lastig om klanten ervan te overtuigen dat een letterlijke vertaling vaak de beste optie is.

Gisteren hadden we weer zo’n geval. Een klant wees ons op het feit dat fall under the guarantee echt geen goede vertaling kon zijn van valt onder de garantie. Volgens de klant hadden we een vertaalmachine gebruikt en was er geen mens aan te pas gekomen, laat staan een native speaker. Zie je hier maar eens tegen te verweren. Moet je op je strepen gaan staan, je beroepen op je opleiding als taalkundige, je ervaring? In een tijd waarin gezag aan bederf onderhevig is, is dat weinig aanlokkelijk. Gelukkig is er Google. Typt u in: “fall under the guarantee. Resultaat: 564.000 hits. Einde discussie. Of niet?

Soms voel je nog wat aarzeling bij zo’n klant. Zijn gemoed is niet geheel gerust gesteld. Dat zit zo. Gelijk is ongelijk, zoals elke bouwvakker je kan vertellen. Als je iets er goed uit wilt laten zien, dan kun je vaak beter het verschil benadrukken. Als twee elementen te dicht op elkaar zitten en maar iets verschillen geeft dat onrust. Zet ze verder uit elkaar zodat het onderscheid duidelijk is en er ontstaat rust. Hetzelfde geldt voor vertalingen. Vertaal hij is in zijn element bijvoorbeeld niet met he is in his element maar met he feels like a fish in the water. Kijk, dat is nou een vertaling. Woordjes vertalen met heel andere woordjes. Daar heeft iemand moeite voor gedaan. Dat je via een terugvertaling dan uitkomt op hij voelt zich als een vis in het water, dat is weer een andere kwestie. Soms moet om je gelijk te behalen ongelijker te werk gaan.

Filed under: Algemeen — koen @ 12:57 pm

26 May 2009

Het goedkope vertaalbureau: 2 voor de prijs van 1

Vertalen heeft af en toe iets weg van schoenen verkopen. Of van tapijthandel. Net als in die branches heeft immers in de vertaalbranche het fenomeen prijsstunter zijn intrede gedaan. De prijsstunts worden weliswaar niet in strekkende meter uitgedrukt maar in centen per woord, het principe is hetzelfde. En aangezien veel mensen vertalingen als een noodzakelijk kwaad zien (’het mot gewoon vertaald worden’) doen die prijsstunters vermoedelijk nog leuke zaken ook. Twee woorden voor de prijs van één. Die verhouding klopt vrij aardig. De gerenommeerde vertaalbureaus, waar wij ons natuurlijk graag bij rekenen, rekenen om en nabij de 20 cent per woord voor een vertaling. De prijsstunters gaan akelig dicht naar die 10 cent toe. Er zijn er zelfs die eronder zitten.

Kan dat zomaar?

Ja, dat kan zomaar. De vertaalmarkt is een vrije, ongereguleerde markt, zoals Neelie Smit-Kroes het graag ziet. Daarbij zijn de toetredingsdrempels ook nog eens heel laag – iedere halve zool met een laptop kan binnen een dag een vertaalbureau beginnen. Op zich prachtig voor de klant want de tarieven in de vertaalsector zijn al jaren scherp en stijgen eigenlijk amper.

(more…)

Filed under: Algemeen — koen @ 11:09 am
Trefwoorden: goedkoop vertaalbureau, goedkope vertalingen, prijsstunter