Engels is makkelijk en andere volkswijsheden
Toen ik kind was, was mijn kennis van de Engelse taal uniek. Een 8-jarige in Krimpen aan de IJssel sprak door de bank genomen geen Engels. Aangezien er verder niets opmerkelijks aan mij was, koesterde ik mijn relatie met het Engels als een vrek zijn schat. Ik had er een hele kluif aan om valsspelers te ontmaskeren – rotkinderen met een unfaire voorsprong van wie één van de ouders Engels was bijvoorbeeld, of die in Engeland waren opgegroeid. Ik hing rond in hun schaduw, met oren op steeltjes en een rammelende honger, wachtend, altijd wachtend op een iets kostbaars dat zo maar uit hun mond kon vallen…
Brooddronken van succes kon ik zijn wanneer mijn vader met een Engelstalige zakenrelatie thuiskwam of als het gezin een bezoek aan Londen aflegde. Dan regende het complimenten en streelde men mij met kooswoordjes als dear en love. Zelfs mijn doodgewone blonde polder-verschijning kreeg op den duur iets van een rarity value, en van love werd ik soms zelfs lovely…





